Caesar en de Belgen
Tussen 57 en 53 v.Chr. onderwerpt Julius Caesar de stammen in het noorden van Gallië, die hij Belgen noemt. De Nerviërs en later de Eburonen onder Ambiorix bieden hevig verzet. We kennen het verhaal bijna alleen uit Caesars eigen boek.
- Wanneer
- 57 v.Chr. – 53 v.Chr.
- Waar
- Noord-Gallië (Gallia Belgica), van de Aisne tot de Rijn; de slag aan de Sabis
- Spoor
- Hier: de Lage Landen
In het kort
- In 57 v.Chr. trok Caesar met zijn legioenen naar het noorden tegen een bondgenootschap van Belgische stammen.
- Aan de rivier de Sabis brachten de Nerviërs zijn leger bijna ten val, maar verloren uiteindelijk.
- In 54 v.Chr. vernietigden de Eburonen onder Ambiorix en Catuvolcus een Romeins legioen en een half.
- Caesar wraakte zich door het land van de Eburonen te verwoesten; Ambiorix ontsnapte.
- Bijna alles wat we weten, komt uit De bello Gallico, dat Caesar schreef om zichzelf in Rome te verdedigen.
Wat er gebeurde
Waar historici het breed over eens zijn.
Julius Caesar was sinds 58 v.Chr. Romeins bestuurder van onder meer het zuiden van Gallië. In 57 v.Chr. trok hij naar het noorden, waar verschillende stammen zich tegen hem verenigd hadden. Na een eerste confrontatie bij de Aisne viel het bondgenootschap uiteen en onderwierpen verschillende stammen zich.
De Nerviërs, die ongeveer in het huidige Henegouwen en het zuiden van Vlaanderen woonden, gaven zich niet over. Aan de rivier de Sabis overvielen ze de Romeinen terwijl die hun kamp bouwden. Volgens Caesar zelf hing de uitkomst aan een zijden draad, tot versterkingen de slag keerden. De Nerviërs leden zware verliezen. Kort daarna belegerde Caesar de Atuatuci in hun vesting; na een mislukte uitval verkocht hij de bevolking als slaven.
In de winter van 54 v.Chr. kwamen de Eburonen, die rond de Maas en in het huidige Limburg woonden, in opstand onder hun leiders Ambiorix en Catuvolcus. Ze lokten een Romeinse troepenmacht onder Sabinus en Cotta uit haar winterkamp Atuatuca en vernietigden die. In 53 v.Chr. liet Caesar het land van de Eburonen plunderen en verwoesten en nodigde hij buurvolken uit om mee te doen. Catuvolcus maakte een einde aan zijn leven; Ambiorix werd nooit gevangen.
Achtergrond
Oorzaken, omstandigheden en hoe mensen leefden.
De 'Belgen' waren geen volk of staat, maar een groep stammen met elk een eigen naam, leiders en gebied: Nerviërs, Eburonen, Menapiërs, Morinen, Atuatuci en andere. Ze leefden van landbouw en veeteelt, in boerderijen en kleine nederzettingen, en sommige stammen sloegen al eigen munten. Het woord Belgae is een Romeinse verzamelnaam.
Caesar had in Rome grote schulden en politieke rivalen. Een oorlog in Gallië bracht hem roem, buit, slaven en een trouw leger. Zijn jaarlijkse verslagen, later gebundeld als De bello Gallico, waren ook bedoeld om de lezers in Rome te overtuigen dat zijn oorlogen nodig en rechtvaardig waren.
Duiding
Hoe historici het lezen. Dit is interpretatie, geen feit.
Historici lezen De bello Gallico vandaag als een waardevolle maar partijdige bron. Caesar schreef over zichzelf in de derde persoon, wat afstandelijk en objectief klinkt, maar hij koos zelf wat hij vertelde en verzweeg. Zijn tegenstanders spreken alleen via hem. Zijn cijfers over vijandelijke legers en verliezen zijn vaak opvallend hoog, wat zijn overwinningen groter maakte.
Ook zijn beroemde zin dat de Belgen 'de dappersten' waren, moet je in die context lezen. Hij verklaarde het met een Romeins idee: wie ver van de handel en de luxe van de beschaving leeft, blijft hard en strijdlustig. Een sterke vijand verslaan, maakte bovendien de overwinnaar groter.
Archeologen en historici zien de verovering steeds meer als een gewelddadige gebeurtenis met zware gevolgen voor de bevolking: dood, slavernij en verwoeste landbouwgebieden. Sommigen spreken bij de vernietiging van de Eburonen zelfs van een poging om een volk uit te roeien.
Horum omnium fortissimi sunt Belgae, propterea quod a cultu atque humanitate provinciae longissime absunt, minimeque ad eos mercatores saepe commeant atque ea quae ad effeminandos animos pertinent important, proximique sunt Germanis, qui trans Rhenum incolunt, quibuscum continenter bellum gerunt.Vertaling: Van al deze volken zijn de Belgen de dappersten, omdat ze het verst wonen van de levenswijze en beschaving van de provincie, omdat kooplieden maar zelden bij hen komen en de dingen invoeren die de geest verweken, en omdat ze de naaste buren zijn van de Germanen, die aan de overkant van de Rijn wonen en met wie ze voortdurend oorlog voeren.
Julius Caesar, De bello Gallico I.1
Andere blikken
Voor de gewone boerenfamilies betekende de oorlog dat hun oogst werd geroofd, hun huizen verbrand en hun vee weggevoerd. Bij de Atuatuci werden volgens Caesar ook vrouwen en kinderen als slaaf verkocht. Hun stemmen ontbreken volledig in de bronnen.
Niet alle Galliërs waren vijanden van Rome. Sommige stammen, zoals de Remi in het huidige Champagne, kozen bewust voor Caesar en werden daarvoor beloond. Voor hen was Rome een bondgenoot tegen naburige stammen.
Betwist of onzeker
- Waar de slag aan de Sabis precies plaatsvond, is onzeker: meestal denkt men aan de Samber, maar ook de Selle in Noord-Frankrijk wordt voorgesteld.
- Caesars cijfers zijn niet te controleren; volgens hem bleven van 60.000 strijdbare Nerviërs er maar 500 over, terwijl de Nerviërs enkele jaren later weer meevochten.
- Waar het kamp Atuatuca lag, weten we niet. Tongeren draagt de naam Atuatuca Tungrorum, maar dat was een latere Romeinse stad en bewijst niet dat het kamp daar stond.
Hoe het herinnerd werd
Na 1830 zocht het jonge België een eigen verleden, en Caesars zin over de dapperste Belgen werd een geliefd citaat in schoolboeken en toespraken, alsof hij over de Belgen van nu sprak. In 1866 kreeg Tongeren een bronzen standbeeld van Ambiorix, gemaakt door Jules Bertin, als held van het verzet. Vandaag weten we dat Caesars Belgen niet de voorouders van een natie waren, maar een groep stammen in een groot gebied.
Waarop dit steunt
Bron uit de tijd zelf
- Julius Caesar, De bello Gallico, boek II, V en VICaesars eigen verslag van de oorlog tegen de Belgen, de slag aan de Sabis en de opstand van Ambiorix; onmisbaar maar partijdig.
Archeologie en voorwerpen
- Laat-Keltische munten en nederzettingen in Noord-GalliëMunten, versterkte plaatsen en boerderijen geven een beeld van de stammen dat niet van Caesar afhangt.
Onderzoek van historici
- Edith Mary Wightman, Gallia Belgica (1985)Standaardwerk over het noorden van Gallië voor, tijdens en na de Romeinse verovering.
- Adrian Goldsworthy, Caesar: Life of a Colossus (2006)Biografie die Caesars veldtochten en zijn manier van schrijven over zichzelf kritisch bespreekt.
Ondertussen elders
Wat er rond dezelfde tijd gebeurde in de andere sporen.
- 27 v.Chr.Rome wordt een keizerrijk
- 313Christenen mogen vrij geloven
- 221 v.Chr.De eerste keizer van China
- ca. 30Jezus van Nazareth gekruisigd
Aan tafel
Een vraag om samen over te praten.
- Voor kinderen
- Als alleen de winnaar een verhaal over een ruzie opschrijft, wat zou er dan ontbreken?
- Voor tieners en volwassenen
- Waarom zou een jonge staat als België in de 19e eeuw een compliment van een Romeinse veroveraar zo graag aanhalen?
Volg het spoor
Tongeren, een Romeinse stad
Kort voor het begin van onze jaartelling ontstaat Atuatuca Tungrorum, het latere Tongeren, aan de grote weg van Bavay naar Keulen. Het wordt de hoofdplaats van de Tungri en een venster op hoe onze streken Romeins werden.
Met Kaft PlusHet edict van Milaan
In 313 spreken de keizers Constantijn en Licinius in Milaan af dat iedereen in het Romeinse Rijk vrij mag geloven, ook christenen. Na eeuwen van wisselende vervolging krijgt de kerk haar bezittingen terug en een plaats in het rijk.
Met Kaft PlusAmandus en de kerstening van onze streken
In de 7e eeuw trekt de missionaris Amandus door het Scheldegebied, met steun van de Frankische koning. Hij sticht kloosters in Gent en Elnone. De kerstening verloopt traag, met dwang en met vermenging van oude en nieuwe gewoonten.
Met Kaft Plus